1940 - 1967


SHV begint ook in de oliehandel. Het olietijdperk kondigde zich aan. Voor de Eerste Wereldoorlog werd 94% van het wereldtonnage met kolen gestookt; in 1939 nog slechts 48%. In lijn met de ondernemingszin en handelsgeest van de oprichters van SHV werd het eerste SHV oliebunkerstation gevestigd. De malaise in de Nederlandse visserij leidde tot een fusie van drie belangrijke rederijen. ‘De Verenigde Exploitatiemij’ (VEM) werd opgericht met SHV als meerderheidsaandeelhouder. SHV verkocht zijn eerste olie aan deze onderneming voor de net in de vaart gekomen motortrawlers.

SHV groeit in scheepvaart en olie

Na 1945 werd de SHV Rijnvloot ondergebracht in de dochteronderneming NRV N.V. (Nederlandsche Rijnvaart Vereniging) één van ‘s werelds grootste binnenvaartmaatschappijen van die tijd. In de vijftiger jaren vond de overgang plaats van vaste naar vloeibare brandstof. SHV kocht oliebelangen in Oostenrijk en Italië. De handel in vele soorten petroleum producten en het bunkerbedrijf werden snel een belangrijk onderdeel van SHV’s activiteiten.

PAM, Calpam en Dyas

In 1956 werd de naam ‘Trading’ gebruikt door SHV voor al haar olie activiteiten, veranderd in ‘PAM’. SHV, onder de merknaam PAM, leverde olieproducten zoals smeerolie en werd eigenaar van een keten benzinepompen in Nederland, Oostenrijk en West-Duitsland. Calpam, waarin SHV een 50% belang had, werd actief in het verkopen van olie voor de industriële en huishoudelijke markten in Nederland, België, Luxemburg en Denemarken. In 1964, in de beginfase, nam SHV deel aan het zoeken naar olie en gas in Nederland door haar dochteronderneming Dyas.